Archiefbronnen
CMC – CULTUREEL MAÇONNIEK CENTRUM, DEN HAAG
Ordearchief:
Gedrukte Reglementen
Ledentabellen loges
Logearchieven:
CVA – Concordia Vincit Animos
Ledentabellen
LBA – La Bien Aimée
Inventaris: H. Rodermond, De Loge ‘La Bien Aimée’. Amsterdam, 1754-1940.
Ledentabellen
Notulenboek 14 mrt 1787 – 25 dec 1799 [inv. nr. 10]
Notulenboek 8 jan 1800 – 12 jan 1803 [inv. nr. 11]
Notulenboek 9 mrt 1803 – 9 jan 1805 [inv. nr. 12]
Notulenboek 13 feb 1805 – 14 dec 1814 [inv. nr. 13
Notulenboek 25 dec 1814 – 9 jan 1831 [inv. nr. 14]
LC – La Charité
Ledentabellen
LP – La Paix
Inventaris: P. van den Heuvel, Inventaris van de Loge La Paix 1756-1940.
Ledentabellen
Notulenboek 26 nov 1791 – 1 apr 1800 [inv. nr. 17]
Notulenboek 29 mei 1800 – 18 jan 1804 [inv. nr. 18]
Notulenboek 20 apr 1805 – 21 dec 1805 [inv. nr. 19]
Notulenboek 13 feb 1818 – 18 feb 1825 [inv. nr. 20]
Notulenboek 10 dec 1830 – 22 dec 1837 [inv. nr. 21]
Notulenboek 2 jan 1838 – 18 jan 1844 [inv. nr. 22]
Stamboek 13 jan 1768 – 3 dec 1817 [inv. nr. 66]
Correspondentie van leden [inv. nr. 79-81]
Thesauriersrekeningen 9 apr 1834 – 2 dec 1840 [inv. nr. 154]
Thesauriers- en aalmoezeniersrekeningen 1835-1837 [inv. nr. 158]
Rekeningen en kwitanties [inv. nrs. 166-168, 170]
WF – Willem Fredrik
Ledentabellen
GAA – GEMEENTE ARCHIEF AMSTERDAM
Stadsschouwburg [arch. 267]
Notulen 9 jul 1795 – 1 jun 1797; lichte brandschade [inv. nr. 2/film nr. 6627]
Notulen 1799, 1802; zware brandschade
Notulen 11 apr 1820 – 13 feb 1822; zware brandschade [inv. nr. 3/film nr. 6628]
Notulen 25 feb 1822 – 16 mei 1825; zware brandschade
Notulen 28 mei 1825 – 10 jun 1829
Notulen 17 jun 1829 – 21 mei 1832
Provisioneele Representanten van het volk van Amsterdam [arch. 5053]
Notulen 19 jan 1795 – 18 juni 1795 [inv. nr. 4/film nr. 1110]
Bijlagen bij de notulen 1-35 [inv. nr. 5-6]
Maatschappij V.W. [arch. 75]
Notulenboek 24 okt 1806 – 30 apr 1807 [inv. nr. 9]
Notulenboek 23 okt 1807 – 29 apr 1808 [inv. nr. 10]
Notulenboek 14 okt 1808 – 29 apr 1809 [inv. nr. 11]
Notulenboek 13 okt 1809 – 28 sept 1810 [inv. nr. 12]
Notulenboek 14 okt 1814 – 9 mei 1815 [inv. nr. 15]
Notulenboek 28 mei 1819 – 16 mei 1820 [inv. nr. 20]
Notulenboek 2 jun 1829 – 25 mei 1830 [inv. nr. 30]
Notulenboek 4 mei 1839 – 2 juni 1840 [inv. nr. 40]
Wetten en grondbeginselen der Maatschappij V.W. 1806-1884 [inv. nr. 80]
Diversen V.W. [inv. nr. 85]
Feestredenen, liederen, programma’s e.d. 1807 – 1896 [inv. nr. 96]
Algemene staat der leden van de Maatschappij V.W. [inv. nr. 99]
Inventaris van de eigendommen der Maatschappij V.W. [inv. nr. 106]
GAA – BIBLIOTHEEK
diverse stukken V.W. S 953-053
TIN – THEATER INSTITUUT AMSTERDAM
diversen Amsterdamse Schouwburg 1793-1805 doc. 123
knipselmappen, alfabetisch op acteursnaam
Handschriften
JELGERHUIS, J. Rz., Rollen Boek Amsterdam. Gespeelde rollen als Acteur te Amsterdam in de Jaaren 1805-1834. UBA Hs. XI G7.
JELGERHUIS, J. Rz., 2de Rollen Boeken. gespeelde rollen. Aantekeningen van de dood van vele Acteurs en Actrices en gebeurde zaken. UBA Hs. XI G6.
NOMSZ, J. Redevoeringen. z.j. [ca. 1798], z.p. N° VIII. UBA Hs. 1F 57.
THÖNE, Carten Wilh. Aantekeningen betreffende de voorstellingen in de Stads-schouwburg in Amsterdam. 1774-1839. UBA Hs. D132, VI E 29-31.
Gedrukte bronnen
van der AA, A.J. Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Haarlem: J.J. van Brederode, 1852. 27 dln.
D’AILLY, A.E. ‘Johannes Jelgerhuis Rienksz.’. In: Jaarboek genootschap Amstelodamum 35 (1938), p. 221-251.
ALBACH, B. Helden, draken en comedianten. Het Nederlandse toneelleven voor, in en na de Franse tijd. Amsterdam: Uitgeversmaatschappij Holland, 1956.
ALBACH, B. en P. BLOM. ‘Uit in Amsterdam. Van schouwburgen en kermissen, tussen 1780 en 1813’. In: La France aux Pays-Bas. Invloeden uit het verleden. Vianen: Kwadraat, 1985. p. 89-151.
BAARSLAG, W. ‘Gerrit Karel Rombach’. In: Jaar- en zakboekje der kunst en wetenschap bevorderende maatschappij, onder de zinspreuk: V.W. [1836]
BARBAZ, A. Amstels Schouwtooneel. nr. 1, (4 jan. 1808). Amsteldam: Willem van Vliet, 1808.
BARBAZ, A. Gedenkzuil voor Neêrlands hoogverdienstelijken tooneelkunstenaar, Andries Snoek. Amsterdam: J.C. van Kesteren, 1829.
BARBAZ, A.L. Overzigt van den staat des schouwburgs, in ons vaderland. Amsterdam: H. Moolenijzer, 1816.
van den BERG, W. ‘Het literaire genootschapsleven in de eerste helft van de negentiende eeuw’. In: Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw: twaalf verkenningen. W. van den Berg en P. van Zonneveld (red.). Utrecht: HES, 1986. p. 12-45.
van den BERG, W. ‘Sociabiliteit, genootschappelijkheid en de orale cultus’. In: Historische letterkunde. Facetten van vakbeoefening. M. Spies (red.). Groningen: Wolters-Noordhoff, 1984.
van den BERG, Tuja. ‘September 1820: François Joseph Pfeiffer komt weer in dienst als decorateur bij de Stadsschouwburg van Amsterdam: romantische decortraditie in Amsterdam’. In: Een theatergeschiedenis der Nederlanden: tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. R.L. Erenstein en D. Coigneau (red.). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996. p. 382-389.
BLOM, P. ‘Een vergaarbak van het vuilste draf : theater in Amsterdam in de 19de eeuw’. In: Spiegel Historiael Bussum: Vol. 25 (1990), no. 2 (feb), p. 64-68, 110, en no. 3 (mrt), p. 120-125, 167.
de BOER, M.C. ‘Een Amsterdamsch patriot in den franschen tijd. Augustijn Maas (1768-1813). In: Jaarboek genootschap Amstelodamum 29 (1932), p. 219-259.
Brief van eenen vriend uit Amsterdam aan zijnen vriend in ’s Gravenhage, over den tegenwoordigen staat van den Stadsschouwburg te Amsterdam. [door P.] Amsterdam: C. Schaares, 1821.
de BULL, A.J. ‘ter herinnering aan Marten Westerman, een burger van den echten stempel’. In: Velerlei. Novellen en Schetsen. deel I. Schiedam 1876. p. 307 ev.
Bijdragen tot eene levensschets van Marten Westerman. Hoorn: P.J. Persijn, 1852. [overdruk uit Hoornsche courant van 30 mrt 1852, n° 79].
Dichtregelen bij het afscheid van den heer C. van Hulst van den Amsterdamschen stads schouwburg, in deszelfs naam uitgesproken door zijnen kunstgenoot M. Westerman, den 18 maart 1841. [1841]
Dramatisch nieuwjaar-geschenk of Tooneel-almanak voor de Hollandsche departementen. Amsterdam: E. Maaskamp, 1812.
DIEDERIKS, H. Een stad in verval. Amsterdam omstreeks 1800: demografisch, economisch, ruimtelijk. Amsterdam: Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1982.
DUPARC, S. ‘V.W.’. In: Jaarboek Genootschap Amstelodamum 34 (1937), p. 140-209.
van EEGHEN, I.H. ‘Eerherstel voor Christiaan Andriessen’. In: Maandblad van het genootschap Amstelodamum jrg. 51 (1964), p. 10-18.
van EEGHEN, I.H. ‘In mijn journaal gezet’. Amsterdam 1805-1808. Het getekend dagboek van Christiaan Andriessen. Amsterdam: Koninklijk Oudheidkundig Genootschap/Alphen a/d Rijn: Canaletto, 1983.
ERENSTEIN, R.L. ‘De emancipatie van de acteur in de negentiende eeuw’. In: Tijdschrift voor Geschiedenis vol. 104 (1991) afl. 3, p. 381-395.
FALLEE, B.A. Mijne verantwoording aan het volk van Nederland, wegens de zoo veel geruchts gemaakt hebbende, zoogenaamde zamenzwering in februarij 1813, voorgevallen binnen Amsterdam. Amsterdam: C. Timmer, 1813.
FRIJLINK, H. Arend Fokke Simonsz.: zijn leven, denken en werken. Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1884.
’t Galante Leeven, der Amsterdamsche en Rotterdamsche actrices, benevens die, welke zints verscheide jaaren en heden, zo in Leyden, Utrecht, ’s Hage, Middelburg, Vlissingen, Vriesland, Alkmaar, enz. enz. in rys-troepen gevungeerd hebben. Behelzende hunne afkomst, geboorte, opvoeding, tooneeldiensten, aardige, comique en galante voorvallen, minnehandelingen enz. Volgens de opgaaven van een gebocheld kunst-graveur en met een fraaye plaat van de heer Arend Fokke, Wms. Zn. vercierd. Voor de tooneel-minnaaren. z.p. z.j. [ca. 1790].
Gelijkheid, vrijheid, broederschap. Adres van de voornaamste acteurs en actrices des Amsteldamschen Schouwburgs aan de Provisioneele Municipaliteit der stad Amsterdam, den 27 van Grasmaand, het eerste jaar der Bataafsche vrijheid. Ingeleeverd tot verandering in het bestuur en beter inrichting van het nationaal tooneel. Amsterdam: Dirk Schuurman, [1795].
Gelijkheid, vrijheid, broederschap. Adres van eenige burgers der stad Amsterdam, aan de Provisioneele Municipaliteit omtrend de Nationaale Schouwburg, derzelver tegenwoordig verkeerd bestuur, en de noodzakelijke en spoedige verbetering van dien, bijzonder mede over het huishoudelijke en finantiëele, ingeleverd den 29sten van Grasmaand, des eersten jaars der Bataafschen vrijheid. Amsterdam: Dirk Schuurman, [1795].
van der GOES, F. Van den verbranden schouwburg. Amsterdam 1890. Overdruk uit: De Nieuwe Gids, 1890.
GOULOOZE-MÜLLER, M. ‘Een bende komedianten. De sociale positie van acteurs en actrices te Amsterdam.’ In: Ons Amsterdam. 41ste jrg. (1989), nr. 5. p. 114-118.
GROSSEGGER, E. Freimaurerei und theater 1770-1800. Wien/Köln/ Graz: Böhlau, 1981.
van HALMAEL, A. Bijdragen tot de geschiedenis van het tooneel, de tooneelspelkunst en de tooneelspelers in Nederland. Leeuwarden: G.T.N. Suringar, 1840.
HANOU, A. ‘26 januari 1720 : Burgemeester en Wethouders van Amsterdam verscherpen met een 'Handhaving der Ordre' de sancties tegen misdragingen van publiek en acteurs in de Schouwburg: iets over de sfeer in de Schouwburg.’ In: R.L. Erenstein en D. Coigneau (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden: tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. Amsterdam: Amsterdam University Press [1996], p. 306-311.
HANOU, A.J. Kinker en ‘Vooruitgang door Wetenschap’. In: De Negentiende Eeuw vol. 9 (1985), afl. 2 (juni), p. 65-82.
HANOU, A.J. en M. van VLIET (red.) Onder de Acacia. Studies over de Nederlandse vrijmetselarij en vrijmetselaarsloges vóór 1830. Leiden: Astraea, 1997. Paddemoesreeks no. 3.
HANOU, A.J.A.M. Sluiers van Isis. Johannes Kinker als voorvechter van de Verlichting, in de vrijmetselarij en andere Nederlandse genootschappen, 1790-1845. Deventer: Uitgeverij Sub Rosa, 1988. 2 dln.
HANOU, ANDRÉ. ‘De Loge parterre’. In: Hanou, A. Nederlandse literatuur van de Verlichting (1670-1830). z.p. Uitgeverij Vantilt, 2002.
van HATTUM, M. Jan Frederik Helmers (1767-1813): leven en werk van een Amsterdamse wereldburger. Amsterdam: Schiphouwer en Brinkman, 1996.
HAUG, C.F. Brieven uit Amsteldam over het nationaal tooneel en de Nederlandsche letterkunde. Amsteldam: L.A.C. Hesse, 1805. vert. van: Briefe aus Amsterdam über dem neuen Lustspiel und der Niederländischen Literatur [1804].
[HESSE, L.A.C.] Toneelkundige brieven, geschreven in het najaar 1808 ten vervolge op de Brieven uit Amsteldam, over het nationaal tooneel en de Nederlandsche letterkunde, van C.F. Haug. Amsteldam: L.A.C. Hesse, 1808.
HILMAN, J. Alphabetisch overzicht der toneelstukken in de bibliotheek van Johs. Hilman. Amsterdam: Gebroeders Binger, 1878-1881. 3 dl. Vols. 2-3 getiteld: Ons tooneel. Aantekeningen en geschiedkundige overzichten; Naamrol van plaatwerken en geschriften.
van den HOEK OSTENDE, J.H. ‘De Amsterdamse familie Westerman’. In: Jaarboek genootschap Amstelodamum 58 (1966), p. 126-163.
HOFF, M. Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier (1762-1827): ‘De grootste actrice van Europa’. Leiden: Astraea, 1996.
Hulde aan de nagedachtenis van wijlen den heer Gerrit Karel Rombach. Amsterdam: M. Westerman en C. van Hulst, 1833.
HUYGENS, G.W. Hendrik Tollens. De dichter van de burgerij. Rotterdam/’s Gravenhage: Nijgh & van Ditmar, 1972.
Isis: Tijdschrift voor Vrijmetselaren. Amsterdam: M. Westerman, 1816-1818; 2 dln.
JACOB, Margaret C. Living the Enlightenment. Freemasonry and Politics in Eighteenth-Century Europe. New York/Oxford: Oxford University Press, 1991.
JELGERHUIS, J. Theoretische lessen over de gesticulatie en mimiek, gegeven aan de kweekelingen van het Fonds ter opleiding en onderrigting van tooneel-kunstenaars aan den Stads Schouwburg te Amsterdam. Amsterdam: P. Meyer Warnars, [1827-1830]. 6 afl.
KEYSER, M. ‘De boekhandel op de planken. Boekhandelaars aan het toneel.’ In: Van pen tot laser. 31 Opstellen over boek en schrift aangeboden aan Ernst Braches bij zijn afscheid aan de Universiteit van Amsterdam in oktober van het jaar 1995. T. Croiset van Uchelen en H. van Goinga (red.) Amsterdam: de Buitenkant, 1996.
KLINKEBERG, N. ‘De Maatschappij Vooruitgang door Wetenschap. Een schets van een genootschap en zijn muzikale activiteiten in de vroege negentiende eeuw’. In: Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis vol. 48 (1998), afl. 1, p. 51-69.
KLINKEBERG, N. ‘Verenigd door de klanken der muziek alleen? Over muzikale genootschappen tussen 1770 en 1830’. In: P. van Reijen (red.). Hef aan! Bataaf! Beschouwingen over muziek en muziekleven in Nederland omstreeks 1795. Alphen a/d Rijn: Canaletto/Repro-Holland, z.j p. 33-53.
KLOEK, Joost en Wijnand MIJNHARDT. 1800: Blauwdrukken voor een samenleving. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2001.
de LEEUWE, H.H.J. ’21 januari 1795: de Amsterdamse Schouwburg wordt heropend – twee dagen na het binnentrekken der Franse troepen: het toneel tijdens de Bataafse vrijheid.’ In: Een theatergeschiedenis der Nederlanden: tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. R.L. Erenstein en D. Coigneau (red.). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996.
van LOO, P.J. Geschiedenis van de Orde der Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. z.p.: Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw, 1967.
MATHEID, Th. M.M. Waardering en kritiek: Johannes Nomsz en de Amsterdamse Schouwburg 1764-1810. Amsterdam: Huis aan de Drie Grachten, 1980.
MOHRMANN, H. ‘Iets over Johannes van Well’. In: Noord- en Zuid-Nederlandsche Tooneelalmanak. Amsterdam: G. Theod. Bom, 1879.
MONT-DE-PAIX, Gaspard. [ps. C. Vreedenburg]. Zonderlinge en merkwaardige levensloop van Gaspard Mont-de-Paix. Amsterdam: J.C. van Kesteren, 1837.
MÜLLER, M. De sociale positie van acteurs en actrices verbonden aan de Amsterdamse stadsschouwburg van 1795 tot 1840. Ongepubliceerde doctoraal-scriptie VU, 1987.
MIJNHARDT, W.W. Tot heil van ’t menschdom: culturele genootschappen in Nederland, 1750-1815. Amsterdam: Rodopi, 1987.
Nederlandsch jaarboekje voor vrijmetselaren. Amsterdam: Gebroeders Diederichs, J.D.W.L. 5842 [1842] – 5865 [1865]. voortz. van: Nederlandsche vrijmetselaars almanak. voortgezet als: Jaarboekje voor Nederlandsche vrijmetselaren.
van NIEROP, L. ‘De huizen in het Noortsche Bosch’. In: Jaarboek Amstelodamum 34 (1942), p. 94.
NNBW: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek. red. P.C. Molhuysen, P.J. Blok en K.H. Kossmann. Leiden: A.W. Sijthoff, 1911-1937. 10 dln. en register.
[NOMSZ, J.] De tooneelspeler en zijn aanschouwer kunstmaatig beschouwd, of Grondregelen voor beiden. Amsterdam: Willem Holtrop, 1791. [vertaling/bewerking van d’Hannetaire: ‘Observations sur l’art du comédien’]
Overzicht van loges die onder het Grootoosten der Nederlanden en zijn voorlopers gewerkt hebben of werken. E. Kwaadgras (red.). Tweede geheel herziene editie. Den Haag: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, 2003.
POST, Paul. ‘1827. De schilder-acteur Johannes Jelgerhuis begint de publikatie van zijn boek Theoretische Lessen over de Gesticulatie en Mimiek. De naweeën van de classicistische speeltrant. In: Een theatergesschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. R.L. Erenstein en D. Coigneau (red.). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996.
Resolutiën van de Groote Loge 1809-1816. Met inleiding en aantekeningen van E.A. Boerenbeker. Den Haag: Maçonnieke stichting ritus en tempelbouw, 1991.
Resolutiën van de Groote Loge 1817-1837. Met inleiding en aantekeningen van E.A. Boerenbeker. Den Haag: Maçonnieke stichting ritus en tempelbouw, 1995.
RODERMOND, H. De vrijmetselaarsloge ‘La Bien Aimee’, Amsterdam 1735-1985. Voorburg: Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw, 1985.
RUITENBEEK, H. ’13 november 1813: Frits Rosenveldt treedt op in de Rotterdamse Schouwburg met een oranje lint om zijn hoed. Nationalisme in de eerste helft van de negentiende eeuw.’ In: Een theatergesschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. R.L. Erenstein en D. Coigneau (red.). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1996.
RUITENBEEK, H. Kijkcijfers: de Amsterdamse Schouwburg 1814-1841. Hilversum: Verloren, 2002.
van de SANDE, A. Vrijmetselarij in de Lage Landen. Een mysterieuze broederschap zonder geheimen. Zutphen: Walburg pers, 1995. 2e herziene druk 2001.
van de SANDE, A. en J. ROSENDAAL (red.). Een stille leerschool van deugd en goede zeden. Vrijmetselarij in Nederland in de 18de en 19de eeuw. Hilversum: Verloren, 1995.
[van der SWAN, A.] Feestrede, Uitgesproken ter Gedachtenis aan het Vijfentwintigjarig Bestaan der Kunst en Wetenschap bevorderende Maatschappij, Onder de Zinspreuk: V.W., te Amsterdam. Door A. van der Swan, op den 29n September 1831. Gedrukt voor de leden derzelve maatschappij [1831]. [GAA 75/96]
[van TETROODE, A.J.] Herinnering aan T.J. Majofski en levensbijzonderheden dien verdienstelijken tooneelspeler betreffende. Amsterdam: A.J. van Tetroode, 1840.
VERVEEN, A.N. ‘Anthony Ziesenis en Bartholomeus Ruloffs, twee ‘verwante’ kunstenaars in het 18e eeuwse Amsterdam.’ In: Ons Amsterdam, jrg. 14, nr. 11, nov 1962.
VOGEL, N.C. De arbeidsovereenkomst van toneelisten. Amsterdam: C.A. Spin & Zoon, 1899.
Vollédige Tooneel-Almanach, der bataafse republiek. voor den jaare 1804. Door het genootschap vriendschap streeft naar wétenschap. Amsterdam: J.G. Rohloff, [1804].
Vollédige Tooneel-Almanach, van het koningrijk Holland. Voor den jaare 1807. Door het genootschap vriendschap streeft naar wétenschap. Amsterdam: J.G. Rohloff, [1807].
VREEDENBERG, C. Zie: MONT-DE-PAIX, Gaspard.
de VRIES, M. Beschaven! Letterkundige genootschappen in Nederland 1750-1800. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2001.
TE WINKEL, J. De ontwikkelingsgang der Nederlandsche Letterkunde. Deel 6: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde in de eerste eeuw der Europeesche staatsomwentelingen. Haarlem: De Erven F. Bohn, 1925.
WITSEN GEYSBEEK, P.G. Het geheim der vrijmetselarij opengelegd. Amsterdam: Lodewijk van Es, 1831.
WORP, J.A. Geschiedenis van den Amsterdamschen Schouwburg 1496-1772. Amsterdam: S.L. van Looy, 1920. met aanvulling tot 1872 door J.F.M. Sterck.
WORP, J.A. Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Groningen: Wolters, 1904-1908. 2 dln.
