In de jaren rond 1800 druppelen de meesten van ‘onze’ schouwburgacteurs de loge binnen. Helaas zijn er wat betreft de periode vóór 1800 weinig bronnen voorhanden die duidelijkheid kunnen geven over de eventuele aanwezigheid van schouwburgacteurs. Wat betreft het logearchief van La Paix is er van de notulen van de bijeenkomsten tot 1800 weinig overgebleven, en in het stamboek zijn de eerste vermeldingen niet of nauwelijks leesbaar vanwege de vervaagde inkt.
Jan Baptist Neits is de eerste bekende naam die in het stamboek van La Paix voorkomt. Nog net is leesbaar dat zijn inwijding als leerling plaatsvond in maart 1792, maar op welke dag is niet duidelijk. De tweede graad ontving hij ergens in november; de dag en het jaar waarop zijn niet meer te ontcijferen.[188] Vanwege de incompleet overgeleverde notulen is ook via deze weg niet meer te achterhalen wanneer de ritualen precies plaatsvonden en wie hem ooit heeft voorgedragen ter ballotage. Zijn naam duikt pas weer op in de notulen van 5 januari 1797; dan wordt hij als ‘Attalant’ tot ‘Broederen & Meesters aangenoomen’.[189]
Simon Lambert Lambotte was er misschien zelfs nog wat eerder bij. Bij zijn eerste vermelding in het stamboek in 1792 (als Broeder van Talent) staan achter zijn naam meteen de hem onderwezen Hoge Graden genoteerd.[190] Hij moet in dat jaar dus al meester vrijmetselaar geweest zijn. In 1793 en 1794 ‘leverde’ hij in de hoedanigheid van Kapelmeester nieuwe Broeders van Talent aan.[191]
In het tweede jaar van de ‘Bataafse Vrijheid’, op de avond waarop de Voorzittend Meester van de loge De Vrije Bataven[192] met enthousiast handgeklap wordt verwelkomd (10 november 1796), wordt er bij de loge La Bien Aimée geballoteerd over de dan dertig-jarige Andries Snoek. De held van het klassieke treurspel wordt goedgekeurd door alle Broeders en direct in de eerste graad aangenomen.[193]
Twee jaar daarna, op 10 oktober 1798, wordt ‘den burger’ Majofski als Broeder van Talent La Bien Aimée binnengeleid. Hij ontvangt twee graden op één avond.[194] Op 24 april 1799 wordt hij meester vrijmetselaar, en een jaar daarna wordt hij gepromoveerd van Broeder van talent naar ‘effectief contribueerend lid’.[195]
Dan gaat het snel. Op 3 april 1799 wordt Dirk Kamphuizen, ‘Acteur van den Nationaalen Schouburg’ en 28 jaar oud, bijgeschreven als kind van de loge La Paix.[196] Aan het eind van diezelfde maand wordt ‘den Broeder Leerling Pieter Snoek van Rotterdam’ tot meester verheven.[197] Hij was al op 6 februari gerecipieerd als leerling en gezel.[198] Tegelijk met Pieter Snoek komt Wim van Ceulen de loge binnen, ‘musiekand van de nederduijse schouburg’ en net als Snoek afkomstig uit Rotterdam. Hij krijgt het achtervoegsel ‘attalant’; Snoek niet.
Midden in de zomersluiting van de Amsterdamse schouwburg, op 30 juli, worden Coenraad van Hulst en Jan van Well ingewijd in de eerste twee maçonnieke graden.[199] Blijkbaar waren zij dat jaar niet met het acteursensemble op zomer-reis gegaan. Van Well mag zich vanaf 27 november 1800 meester vrijmetselaar noemen.[200]
Ten tijde van de binnenkomst van Van Hulst en Van Well bij La Paix was Andries Snoek nog altijd lid van La Bien Aimée. Ook hij had inmiddels verzocht om de meesterstitel te mogen ontvangen, maar schitterde op de betreffende avond door afwezigheid. Besloten werd om zijn verheffing tot meester uit te stellen tot de eerstvolgende meestersloge.[201]
Op de twaalfde dag van de elfde maand van het jaar ‘des waren lichts’ 5802 [12 januari 1803], hij is dan ruim vier jaar vrijmetselaar, wordt Majofski bij datzelfde La Bien Aimée unaniem verkozen tot Kapelmeester, en neemt hij het stokje over van Benjamin Turner. De tafelloge van die avond ‘muntte uit door het treffende muziek, door den kundige Majofski gedirigeerd’.[202]
Andries Malfait – net als het gros van de acteurs afkomstig uit de Korte Leidsedwarsstraat – werd in februari 1802 door de gesubstitueerd meester van La Paix als Broeder van Talent de loge binnengehaald, en hij kreeg nog zijn meestergraad op 7 september 1803.[203]
In of rond het jaar 1800 waren dus de tonelisten Jan Baptist Neits, Simon Lambert Lambotte, Dirk Kamphuizen, Pieter Snoek, Coenraad van Hulst, Jan van Well, Andries Malfait, Andries Snoek en Theodorus Majofski allen betrokken bij de Amsterdamse vrijmetselarij.[204] Neits, Lambotte, Malfait en in eerste instantie ook Majofski als Broeders van Talent; de rest als regulier metselaar. De meesten klopten aan bij de loge La Paix; alleen Snoek en Majofski bij La Bien Aimée. Waarom zij voor verschillende loges kozen is niet duidelijk. De beide loges leken qua aantal en samenstelling van leden niet erg van elkaar te verschillen en ook de republikeinse gezindheid kwam overeen. Het is opvallend hoe deze twee Amsterdamse loges – officieel strikt a-politieke organisaties – om het hardst jubelden bij de omwenteling van 1795.[205]
