Error message

Notice: Undefined index: localized_options in menu_navigation_links() (line 1857 of /public/sites/www.paulinevandenheuvel.nl/includes/menu.inc).

3.1.1. functie

Net als bij genootschappen als Felix Meritis hadden de vrijmetselaarsloges muzikanten in dienst om de bijeenkomsten muzikaal te omlijsten, met dit verschil dat de muzikanten in de vrijmetselarij een inwijding moesten ondergaan om het geheime karakter van de loge in ere te houden. De muzikale Broeders van Talent werden aangenomen ter opluistering van de tafelloge, voor muzikale ondersteuning bij ritualen en recepties en bijvoorbeeld de installatie van een nieuw Voorzittend Meester.[170]

Alle Broeders van Talent, musici en zangers, stonden steeds onder het gezag van de Kapelmeester, een officiersfunctie waaraan meestal een honorair, gratis, lidmaatschap gekoppeld was. De Kapelmeester was degene die de Broeders van Talent aandroeg en hen aan de rest van de Broeders voorstelde ter receptie, hij regelde vervanging bij ziekte van één de orkestleden, hij was degene die zorg droeg dat de muziekstukken tijdig voorhanden waren en zorgvuldig bewaard werden, dat de instrumenten gestemd waren voor gebruik en de tafelloges en feestvieringen muzikaal gezien correct verliepen. Uit de rekeningen van La Paix blijkt dat de Kapelmeester daarnaast tegen betaling muziekstukken schreef, die dan eigendom van de loge bleven. Jan Baptist Neits bleek in 1803 en 1804 tevens verantwoordelijk voor de logistieke kanten van het kapelmeesterschap: Op 1 mei 1803 ontving hij een bedrag van ruim dertien gulden, onder meer voor de huur van koetsen, het ‘thuisbrengen en bezorgen van twee Bassen’ en ‘fooyen aan de koetzier’.[171]
Waarschijnlijk hield hij er nog iets aan over om zijn toneelinkomsten mee aan te vullen.

Bij voorkeur waren de Broeders muzikanten uiteraard lid van de loge, maar dit was niet in alle gevallen verplicht. Voor plechtigheden als de viering van Sint Jan, waarbij een grotere rol voor muziek was weggelegd dan bij de huishoudelijke bijeenkomsten, mocht de Kapelmeester muzikanten ‘van buiten’ tegen betaling engageren als het getal van talentvolle Broeders binnen de loge tekort schoot.[172]
Aangezien de Kapelmeesters van de Amsterdamse loges niet zelden verbonden waren aan de Amsterdamse stadsschouwburg, ligt het voor de hand dat de meeste van deze tijdelijk ingehuurde zangers en muzikanten uit die kring gerecruteerd werden.

De namen van de dienstdoende muzikanten werden door de Kapelmeester nauwkeurig genoteerd en overgedragen aan de Broeder Thesaurier, waarna betaling volgde. De afzonderlijke naamlijsten zijn in de logearchieven niet te traceren; wel zijn er kwitanties bewaard gebleven van de bedragen die de loge aan de toenmalige kapelmeesters Simon Lambert Lambotte en Jan Seeburger (beiden tevens verbonden aan de Amsterdamse stadsschouwburg) verschuldigd was.[173]
Tussen 1793 en 1796 werd een vast bedrag gehanteerd; werd op 20 februari 1792 nog f. 31 : 10 betaald ‘Voor 6 Musikanten op de vrouwe party’, voor het assisteren bij de blijkbaar muzikaal wat minder uitbundige tafelloges ontvingen de Broeders 3 gulden per keer. Het ging dan steeds om zes á zeven Broeders van Talent per logeavond; geen enkel viooltje dus ter begeleiding, maar een heus orkestje.

Dankzij een aantal overgeleverde documenten en prenten hebben we informatie over hoe zo’n tafelloge er destijds uit heeft gezien. In een reglement van de loge La Bien Aimée is een protocol opgenomen waarin nauwgezet is beschreven aan welke voorschriften men zich diende te houden.[174]
Hieruit wordt duidelijk dat ook voor de Broeders van Talent een couvert gedekt werd, maar dat zij wel hun eigen plaats hadden aan tafel. De gebruikelijke opstelling bij de tafelloge was twee lange rechte tafels, parallel aan elkaar; daartussen werd aan het hoofd een dwarstafel geplaatst voor de voorzitter. Het was de taak van de Ceremoniemeester om aan de binnenkant van de rechte tafels 5 à 6 Broeders van Talent neer te zetten. Aan de binnenkant van de dwarstafel zaten de Kapelmeester, eventueel zijn adjunct en één of twee Broeders van Talent die konden zingen. Als de groep Broeders die wilden tafelen te groot was voor twee rechte tafels met een dwarstafel, werd er voor de Attalents een middentafel geplaatst. Alle muzikanten bevonden zich zo in de ruimte tussen de drie tafels; in het centrum van de aandacht.