Error message

Notice: Undefined index: localized_options in menu_navigation_links() (line 1857 of /public/sites/www.paulinevandenheuvel.nl/includes/menu.inc).

2.3.5. nevenfuncties aan het toneel

De meest voor de hand liggende bijverdiensten waren uiteraard te vinden binnen de schouwburg zelf. Bij de commissarissen kwamen regelmatig verzoeken binnen om een post voor hun vrouw of ander familielid, bijvoorbeeld als kleedster of theeschenkster. Maar ook acteurs en actrices probeerden één van de posten van bijvoorbeeld kastelein of kleederbewaarder te bemachtigen, om zo hun inkomen te verhogen.

Een aantal van hen kreeg zo’n nevenfunctie ook. Zo werd Jan van Well vanaf 1813 balletmeester; Lambotte kreeg de leiding over de repetities en kreeg daarvoor f 150,- bovenop zijn speelloon.[146] Majofski regisseerde de zangspelen van het seizoen 1826-27 tot 1832-33.[147] Pieter Snoek en Marten Westerman waren in elk geval in het seizoen 1842-43 naast acteur ook bestuursleden. Westerman was secretaris en Snoek toneelmeester.[148] Jan Baptist Neits was kort voor zijn dood nog ‘aanplakker’: hij zorgde voor de verspreiding van de schouwburgannonces.[149] Niet bekend is hoeveel zij hier extra mee verdienden. Casper Vreedenberg droeg jarenlang de zorg voor het kledingmagazijn, en kon hier naar eigen zeggen goed van leven.[150] Woest was hij toen hij in 1820 uit zijn functie werd ontzet en een begunsteling van één van de commissarissen in zijn plaats werd aangesteld; aangezien hij daarop weigerde de sleutel van het magazijn correct over te dragen hoefde hij uiteindelijk ook als acteur niet meer terug te komen.[151]