Error message

Notice: Undefined index: localized_options in menu_navigation_links() (line 1857 of /public/sites/www.paulinevandenheuvel.nl/includes/menu.inc).

2.3.3. benefieten

Aan het einde van het seizoen kon de acteur of actrice die zich bijzonder had ingespannen een douceurtje, een fooi, krijgen bovenop het speelloon. Daarnaast werden er af en toe benefietavonden gehouden waarbij de recettes naar de betreffende tonelist gingen. Vaak mocht de acteur of actrice dan zelf het stuk uitkiezen en hogere toegangsprijzen instellen. In de jaren dat Snoek, Majofski en Wattier het bestuur over de schouwburg voerden werd er vrijwel iedere donderdagavond een benefietvoorstelling gegeven.[138]

Vanaf het seizoen 1820-1821, toen het bestuur weer aan de stad kwam, was het direct afgelopen met de donderdagse benefietavonden. Wel werden er af en toe extra voorstellingen ingelast ten behoeve van bijvoorbeeld ‘het fonds ter opleiding & aanmoediging van Tooneelkunstenaars’ of ter ere van ‘Z.M. den Koning’. Andries Snoek moest na zijn afzetting als bestuurslid een officieel verzoek indienen tot een benefiet ter ere van zijn vijfentwintigjarige verbintenis met de Amsterdamse Schouwburg. Het werd toegestaan, ‘doch onder aftrek der tot hetzelve aan te wendene onkosten, van dewelke zoo naauwkeurig mogelyk eene begroting zal worden daargestelt’.[139] Het werd wel aan hem gelaten om de toegangsprijzen al of niet te verdubbelen. Ook Pieter Snoek mocht nog zijn jubileum vieren, maar daarna was het welletjes. Hoewel de actrice Freubel al 33 jaar in dienst was en nog nooit van een benefiet had kunnen genieten, werd het haar ook nu geweigerd en ook aan ‘alle zoodanige acteurs en actrices die nog kunnen verzoeken’.[140]

Pieter Snoek, die inmiddels was opgeklommen tot toneelmeester, probeerde in 1820 op een andere manier het inkomen te verbeteren. Hij verzocht, tevergeefs, de commissarissen om alle door hem geïnde boetegelden van de overtredingen te gebruiken om er loten van de Koninklijke Nederlandse Loterij van te kopen, ‘ten behoeve van het gezamentlyke Corps Tooneelspelers’.[141]